Stroop in huis

stroop in huis

Geschreven door gastschrijfster  en eigenaresse van Cultuur Venster – Isabella Ramaekers

Welk biologisch stroopje zal ik eens kiezen, dacht ik zojuist in de winkel om de hoek. Agave, rijst of spelt. Hmm… lastig kiezen. En ineens zag ik dat ze alle drie al naar me toe dropen vanaf de bovenste plank via de vijf plankjes eronder tot op de grond. Alle artikelen op de route stonden onbeweegbaar vastgelijmd met een stroopsoort die al iets was ingedroogd. Even tegen de caissière zeggen, was mijn idee.

Ontmoedigd maar niet echt verrast nam ze het bericht aan. ,,Oh nee, heeft ze het alweer gedaan?”. Alweer gedaan? Dacht ik. En ik wachtte een mogelijke uitleg af maar vroeg nergens om.

In deze winkel grijpen ze al een tijdje naast de heterdaad van een vrouw die met opzet de hoogste honing- of andere stroopfles openzet, op z’n kop. Even later maakt ze melding van een kapotte fles en zo misleidt ze steeds een andere medewerker die meteen een sopje gaat halen, achter.

En áchter zit ‘m het venijn want op dat moment verzamelt de vrouw snel wat dure artikelen in haar tas. Die zien de kassa niet maar als gebaar van normaliteit rekent ze het goedkoopste potje honing af, met een stalen gezicht, al meerdere weken achter elkaar. Verbaasd hoor ik het aan en vraag me af hoe zoiets in iemands gedachten opkomt.

Hoe dan ook, onder andere deze stroopflessen worden door de actie van de vrouw onverkoopbaar gemaakt en de aanvankelijke droom die de winkelier moet hebben gehad wordt hierdoor zwaar om zeep geholpen.

Ik wentel nog in ongeloof, mijn lepel ook.

En de yoghurt met muesli, banaan, verse munt en agavestroop smaakt vandaag een beetje anders, of juist extra lekker? Even geen idee.

Meer informatie over Isabella Ramaekers en haar bedrijf:
www.cultuurvenster.nl

Open huis

projekt

Geschreven door gastschrijfster  en eigenaresse van Cultuur Venster – Isabella Ramaekers 

Zelf ben ik de gelukkige eigenaar van een knusse stadswoning in het centrum van Bergen op Zoom. De inrichting laat zich niet onder een bepaalde stijl vallen maar ik voel me er fijn, anderen ook en dat doet me goed. Je zou het een renovatiewoning kunnen noemen.

En elke keer als ik wat geld gespaard heb kijkt de woning halsreikend uit naar een verfje, een kitspuit, een wasbak voor het toilet et cetera.

Helaas voor de woning verdwijnt elke euro die ik over heb direct in een sok om later besteed te worden aan een ontdekkingsreis, waar dan ook naar toe. Ondanks dat ik het pand best wil verkopen zal een open huis-dag dus nog even moeten wachten.

Mijn werk brengt me op heel veel bijzondere plaatsen. Als musicus zie je uiteenlopende kleedkamers die variëren van kleedkamers in een theater, bezemkasten, mega badkamers met bubbelbad, vooronders op een schip, privé slaapkamers in villa’s, opslagruimtes voor parfums tot aan stijlkamers in een kasteel. Omdat mijn werk net zo uiteenlopend is als die kleedkamers mag ik me met regelmaat educatief gastvrouw noemen in een écht paleis. Een werkplek waar ik alle schoolklassen mag ontvangen en waar ik in het begin net zo vaak verdwaalde als wegdroomde. Maar zoals je weet, kinderen hebben de gave om je weer op aarde te krijgen dus hupsakee, aan de slag.

Het is uniek te weten dat de eerste opdrachtgever voor de bouw van dit paleis, Jan van Glymes de Eerste, 500 jaar geleden op precies dezelfde plek zijn gasten ontving als ik nu doe. Hoe zou hij het gevonden hebben dat ik in zijn voormalig huis werk en al die kinderen ontvang? En hoe zou hij het vinden dat het nu een museum is met honderden kinderen per jaar als bezoeker die wellicht nog verre nazaten van hem zijn? Ten slotte had hij zo’n 52 bastaardkinderen die niet bij hem woonden.

Zijn erkende nazaten drukten per stijlperiode duidelijke stempels op alle aanbouwen, veranderingen en natuurlijk het interieur. Zou hij het eens geweest zijn met al die veranderingen en renovaties?

Iedereen die zijn of haar eerste eigen huis ooit heeft verkocht zal dat gevoel wellicht herkennen.

‘Ze zullen toch niet dat mooie keukenblok gaan veranderen?’

‘Wat als ze ‘onze’ nieuwe tuin gaan betegelen, net nu het helemaal is begroeid?

De ideeën die je liever niet opvangt als mensen je huis komen bezichtigen en ze hardop de opties doornemen. Ik zeg, bak je appeltaart, ga meteen op pad en vergaap je aan de taart als iedereen weer weg is.

In het paleis waar ik over sprak werken rond de dertig mensen die het huishouden bestieren, al zijn er al een tijd geen vaste bewoners meer. Toch wordt het in de loop van de tijd een beetje je tweede huis.

Je leert er vooral ook aan wennen dat het dinsdag tot en met zondag altijd open huis is. En iedereen die nieuwsgierig is of in de prachtige tuin zijn boterhammetjes wilt eten, mag gewoon binnen.

De benedenverdieping van Het Markiezenhof is 6 dagen per week gratis toegankelijk, tot ergens in november. Iedereen over de vloer, met of zonder appeltaart.

Wilt u naar aanleiding van dit artikel meer informatie:
www.cultuurvenster.nl

(foto: project De Paleismasjien)